Uitspraak
17.5913 AW
21 juli 2017, 16/4787 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante was administratief medewerkster bij een onderwijsinstelling en kreeg ontslag wegens gewichtige redenen. Na bevestiging van het ontslagbesluit door rechtbank en Raad, verzocht zij om schadevergoeding wegens vermeend onrechtmatig handelen van de stichting.
De stichting wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de schadeveroorzakende feiten geen appellabele besluiten zijn, maar feitelijke handelingen die appellante niet rechtstreeks in haar rechtspositie treffen. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de feiten wel besluiten of daarmee gelijk te stellen handelingen zijn die haar rechtspositie raken. De Raad oordeelde echter dat het ontbreken van materiële connexiteit blijft bestaan, omdat de feitelijke handelingen geen verandering in haar rechten of plichten als ambtenaar teweegbrachten.
De Raad verwierp het standpunt van misbruik van procesrecht en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De afwijzing van het schadeverzoek blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat de vermeende schadeveroorzakende feiten feitelijke handelingen zijn en geen appellabele besluiten.