ECLI:NL:CRVB:2019:56
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant, laatst werkzaam als natuursteenbewerker, meldde zich ziek met psychische klachten en verslavingsproblematiek en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars beoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waarop het UWV het recht op ziekengeld introk.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) goed waren gemotiveerd. De Raad bevestigt dit oordeel in hoger beroep, waarbij appellant stelde dat de artsen aspecten van zijn gezondheid, zoals ADHD en adviezen tot klinische opname, onvoldoende hadden meegewogen.
De Raad concludeert dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was, inclusief aanvullend onderzoek en hoorzitting. De beperkingen zijn in overeenstemming met het medische feitencomplex en de arbeidskundige beoordeling is adequaat. Er is geen aanleiding om te twijfelen aan de medische geschiktheid van de functies waarop de verdiencapaciteit is gebaseerd.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld omdat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.