Uitspraak
17 3391 WIA
PROCESVERLOOP
mr. M.W.A. Blind.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, laatst werkzaam als technisch begeleider, vroeg een WIA-uitkering aan wegens fysieke klachten. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af.
Appellant maakte bezwaar en beroep, waarbij nieuwe medische rapporten werden opgesteld die geen aanleiding gaven tot het aannemen van meer beperkingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en overtuigend was uitgevoerd.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn rugklachten, littekenweefsel en Ménière onvoldoende waren meegewogen, en verzocht om benoeming van een deskundige. De Raad oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld, dat appellant voldoende gelegenheid had gehad zijn standpunt te onderbouwen en dat de beperkingen in de FML juist waren vastgesteld.
De Raad vond geen aanleiding om de beperkingen aan te passen of een deskundige te benoemen. De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant de geselecteerde functies kon vervullen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en appellant heeft geen recht op een WIA-uitkering.