ECLI:NL:CRVB:2019:595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toename arbeidsongeschiktheid binnen vijfjaarstermijn na intrekking WAO-uitkering
Appellant was arbeidsongeschikt verklaard en ontving vanaf 30 maart 2000 een WAO-uitkering, die per 9 september 2005 werd ingetrokken. In 2010 en opnieuw in 2016 deed appellant melding van toegenomen klachten en vroeg hij een nieuwe WAO-uitkering aan. Beide verzoeken werden door het UWV afgewezen omdat de vermeende toename van arbeidsongeschiktheid niet binnen de vijfjaarstermijn na intrekking van de uitkering viel.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de beoordeling van de toename van beperkingen in 2015 buiten de wettelijke vijfjaarstermijn valt. Appellant stelde in hoger beroep dat de termijn vanaf het afwijzingsbesluit in 2010 moet worden gerekend, maar de Raad verwierp dit standpunt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de vijfjaarstermijn start op de datum van intrekking van de WAO-uitkering, 9 september 2005, en dat de toename van beperkingen in 2015 dus buiten deze termijn valt. Ook de door appellant overgelegde medische informatie leidt niet tot een andere conclusie. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet binnen de vijfjaarstermijn na intrekking van de WAO-uitkering arbeidsongeschikt is geworden en wijst het beroep af.