ECLI:NL:CRVB:2013:CA2996
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld en weigering WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant was sinds 1999 wegens rugklachten arbeidsongeschikt en kreeg een WAO-uitkering toegekend, die in 2005 werd ingetrokken na herkeuring. Vanaf 2009 werkte hij als inpakker voor 20 uur per week, maar meldde zich in 2010 opnieuw ziek met toegenomen klachten. Het UWV kende hem een Ziektewet-uitkering toe, die later werd beëindigd op grond van medisch onderzoek.
De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de belastbaarheid van appellant niet was toegenomen en dat hij in staat was zijn arbeid als inpakker te verrichten. De rechtbanken verklaarden de beroepen van appellant ongegrond, waarbij zij de motivering van de bezwaarverzekeringsarts overtuigend achtten en geen aanleiding zagen voor inschakeling van een onafhankelijk deskundige.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank had moeten overgaan tot het inschakelen van een onafhankelijke deskundige vanwege andere medische stukken die een andere belastbaarheid zouden aantonen. De Raad oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de bezwaarverzekeringsarts adequaat had gemotiveerd waarom de aanvullende medische stukken geen aanleiding gaven tot wijziging van het standpunt.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraken en oordeelde dat appellant geen nieuwe medische gegevens had ingebracht om zijn stellingen te onderbouwen. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 juni 2013.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van het ziekengeld en de weigering van de WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek.