ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F.C. Talman
- R.H.M. Roelofs
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor uitvaartkosten boven beleidsmatig maximum
Betrokkene vroeg bijzondere bijstand aan voor de uitvaartkosten van haar vader, die waren vastgesteld op €6.669,15. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen wees dit aanvankelijk af omdat betrokkene was onterfd. Later werd een nader besluit genomen waarbij een bedrag van €149,93 aan bijzondere bijstand werd toegekend, gebaseerd op een beleidsmatig maximum van €3.300 voor uitvaartkosten.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en oordeelde dat appellant niet correct had gehandeld door niet de specifieke noodzakelijke kosten te onderscheiden die buiten het maximum vielen. In hoger beroep stelde appellant dat het beleidsmaximum van €3.300 terecht werd gehanteerd, verminderd met de nalatenschap van €3.000,15.
De Raad oordeelt dat het bestuursorgaan bevoegd is forfaitaire bedragen vast te stellen voor noodzakelijke kosten, mits betrokkene kan aantonen dat deze niet toereikend zijn. Dit was niet het geval. De aanname dat de vader verzekerd was voor de uitvaartkosten was voor rekening van betrokkene. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Betrokkene is niet tekortgedaan met de toegekende bijzondere bijstand van €149,93.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep tegen het besluit van afwijzing bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard.