ECLI:NL:CRVB:2019:668
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juiste uitvoering van uitspraak over bijstandskorting en arbeidsomvang
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen, waarin het college een nieuwe beslissing op bezwaar heeft genomen over de korting op de bijstand van appellant vanwege vermeende inkomsten uit arbeid.
Eerder had de Raad een uitspraak gedaan waarin het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van die uitspraak. Het geschil spitst zich toe op de vraag of het college dit besluit op juiste wijze heeft uitgevoerd, met name of de gehanteerde arbeidsomvang van twintig uur per week en de daaruit voortvloeiende bijstandskorting terecht zijn vastgesteld.
De Raad overweegt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het uitgaat van twintig uur per week, terwijl uit salarisspecificaties blijkt dat appellant gemiddeld dertien uur per week werkte. Desondanks is niet uitgesloten dat het college een hogere arbeidsomvang kan motiveren. De Raad bevestigt dat het college het bezwaar van appellant heeft gegrond verklaard en het bedrag van de bijstandskorting heeft aangepast. Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het college de uitspraak correct heeft uitgevoerd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 21 juni 2018 wordt ongegrond verklaard en het college heeft de uitspraak correct uitgevoerd.