ECLI:NL:CRVB:2019:688
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over beëindiging recht op ziekengeld na whiplash
Appellante, voormalig accountmanager, meldde zich ziek met klachten door een whiplash na een auto-ongeluk. Het UWV stelde vast dat zij per 1 augustus 2016 geschikt was voor haar werk en beëindigde haar ziekengeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond vanwege een zorgvuldig medisch onderzoek.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat haar klachten, ook psychisch, onvoldoende waren erkend. Zij bracht aanvullende medische stukken in, waaronder verklaringen van een fysiotherapeut en psycholoog, en verzocht om een onafhankelijke deskundige.
De Raad volgde de rechtbank en het UWV en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht. De medische stukken boden geen objectieve onderbouwing van beperkingen op de datum in geding. Er was geen sprake van een schending van het equality of arms-beginsel.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellante per 1 augustus 2016 geen recht meer heeft op ziekengeld.