ECLI:NL:CRVB:2019:71
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaam arbeidsongeschikt zijn in het kader van de Wajong-uitkering
Appellant heeft meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd, waarbij het Uwv aanvankelijk oordeelde dat hij niet duurzaam arbeidsongeschikt was. Na benoeming van een deskundige en aanvullend onderzoek wijzigde het Uwv haar standpunt en kende alsnog een uitkering toe met arbeidsondersteuning vanaf 3 april 2013. Appellant betwistte dit en stelde dat hij niet tot arbeidsparticipatie in staat is.
De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het Uwv terecht heeft vastgesteld dat appellant mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, mede gebaseerd op een eindrapport van een re-integratietraject waarin staat dat appellant stappen heeft gezet om als zelfstandig glazenwasser aan het werk te gaan. De Raad overwoog dat arbeidsparticipatie ook mogelijk is met ondersteuning of in de vorm van beschut werk.
Het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar tegen het eerdere besluit reeds gegrond was verklaard. Het beroep tegen het besluit van 3 mei 2017 werd ongegrond verklaard. Het Uwv werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 3 mei 2017 wordt ongegrond verklaard.