ECLI:NL:CRVB:2019:710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor aanschaf iPads voor schoolgaande kinderen
Appellant, een bijstandsgerechtigde, vroeg bijzondere bijstand aan voor de aanschaf van twee iPads voor zijn schoolgaande kinderen. Het college wees dit af omdat de school kosteloze alternatieven bood, zoals het gebruik van iPads op school en toegang tot digitale leeromgevingen via inlogcodes op andere apparaten.
Appellant voerde aan dat thuis geen computer beschikbaar was voor de kinderen en dat de naschoolse opvang en bibliotheek geen haalbare opties waren. Ook stelde hij dat de betaaloptie van de school financieel onhaalbaar was en dat hij deze optie toch gebruikte, wat leidde tot financiële problemen.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij op het moment van aanvraag geen gebruik kon maken van het kosteloze alternatief. De stelling dat de laptop al stuk was ten tijde van de aanvraag werd niet onderbouwd en was tegenstrijdig met eerdere verklaringen. Ook was onvoldoende aannemelijk dat het gebruik van een thuiscomputer onmogelijk was vanwege opvangdagen.
Daarom was de aanschaf van de iPads niet noodzakelijk in de zin van de Participatiewet. Het college had het besluit terecht genomen en het hoger beroep werd afgewezen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat het kosteloze alternatief onvoldoende was.