Uitspraak
17.2166 WWB-PV-G
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het college in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 501,-;
- bepaalt dat van het college een griffierecht van € 501,- wordt geheven.
- De beroepsgrond dat is aangetoond dat [naam] de exclusieve gebruiker is van de zwarte Mercedes Benz en de Volkswagen Passat en dat de Passat veelvuldig bij betrokkene voor de deur stond, slaagt niet, nu uit die feiten niet volgt dat [naam] zijn hoofdverblijf had op het adres van betrokkene. De rechtbank heeft voor het overige terecht overwogen dat uit het onderzoek dat aan de besluitvorming ten grondslag is gelegd, onvoldoende concrete feiten en omstandigheden zijn gebleken waaruit het hoofdverblijf van [naam] op het adres van betrokkene kan worden afgeleid.
- De tweede beroepsgrond, dat er een subsidiaire grond was voor de intrekking, namelijk dat betrokkene niet in bijstandsbehoeftige omstandigheden verkeerde, slaagt ook niet. Uit de overweging in de beslissing op bezwaar dat de drie auto’s die exclusief bestemd zijn voor de bewoners van het uitkeringsadres zich niet verdragen met vermeende bijstandsbehoeftige omstandigheden, kan niet worden afgeleid dat aan de intrekking van de bijstand van betrokkene naar de norm voor een alleenstaande ten grondslag is gelegd dat betrokkene als alleenstaande niet in bijstandsbehoevende omstandigheden verkeerde. De overweging gaat uit van de veronderstelling dat [naam] zijn hoofdverblijf had op het adres van betrokkene, terwijl uit wat hierboven is overwogen volgt dat onvoldoende concrete feiten en omstandigheden zijn gebleken waaruit dit hoofdverblijf kan worden afgeleid.