ECLI:NL:CRVB:2019:754
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning volgens Wmo 2015
Appellante, geboren in 1925 en met diverse aandoeningen, vroeg op 4 juni 2016 een maatwerkvoorziening aan op grond van de Wmo 2015. Het college kende haar een huishoudelijke ondersteuning toe van 5 uur en 45 minuten per week, welke later bij besluit van 22 juni 2018 werd verhoogd naar 6 uur en 15 minuten per week.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit van 30 november 2016 ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat het onderzoek van het college incompleet was en dat de toegekende tijd onvoldoende was. Het college verdedigde het onderzoek en de maatwerkvoorziening, waarbij het CIZ-protocol als norm werd gehanteerd.
De Raad oordeelde dat het college het onderzoek conform vaste rechtspraak en het CIZ-protocol had uitgevoerd en dat de maatwerkvoorziening passend was, mede omdat boodschappen doen door de dochter van appellante werd verzorgd en een boodschappendienst beschikbaar is. De extra 45 minuten vanwege longklachten waren niet betwist met medische stukken. Het bestreden besluit werd vernietigd, het gewijzigde besluit van 22 juni 2018 gehandhaafd en het college werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het gewijzigde besluit van 22 juni 2018 wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit van 30 november 2016 wordt vernietigd.