ECLI:NL:CRVB:2019:798
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Centrale Raad van Beroep tot kennisneming van hoger beroep tegen uitspraak rechtbank
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 16 april 2018. Het hoger beroep is behandeld door de Centrale Raad van Beroep samen met meerdere zaken, maar niet gevoegd. De aangevallen uitspraak betreft een beslissing op verzet tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:54 Awb Pro.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld. Daarom is de Raad onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep.
Er wordt geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door A.I. van der Kris, in aanwezigheid van griffier J.R. Trox, en uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2019.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep.