ECLI:NL:CRVB:2019:801

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 februari 2019
Publicatiedatum
14 maart 2019
Zaaknummer
18/3993 WW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:104 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen uitspraak rechtbank bestuursrecht

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake een bestuursrechtelijke zaak op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting verricht op 24 januari 2019, waarbij appellant aanwezig was en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) werd vertegenwoordigd.

De aangevallen uitspraak betreft een beslissing op het verzet tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:54 Awb Pro, welke valt onder artikel 8:55, zevende lid, Awb. Volgens artikel 8:104, tweede lid, onder c, Awb is tegen dergelijke uitspraken geen hoger beroep mogelijk.

Daarom verklaarde de Raad zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 28 februari 2019 in het openbaar gedaan door A.I. van der Kris.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 28 februari 2019
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant
van 23 oktober 2017, 17/2021 V (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft tezamen met de zaken 17/6374 WW, 18/3994 WW,
18/3995 WW, 18/3996 WW en 18/3997 WW plaatsgevonden op 24 januari 2019. Appellant is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.P.F. Oosterbos. De zaken zijn niet gevoegd. In elke zaak zal afzonderlijk uitspraak worden gedaan.

OVERWEGINGEN

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank beslist op het verzet van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De aangevallen uitspraak is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb.
In artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb is bepaald dat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld. Gelet hierop is de Raad onbevoegd om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door A.I. van der Kris, in tegenwoordigheid van J.R. Trox als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2019.
(getekend) A.I. van der Kris
(getekend) J.R. Trox

VC