ECLI:NL:CRVB:2019:882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling college tot proceskostenvergoeding wegens schending hoorplicht in bijzondere bijstandzaak
Appellant had bijzondere bijstand aangevraagd voor inrichting- en stofferingskosten, welke door het college van burgemeester en wethouders van Schiedam werd afgewezen omdat de kosten niet uit bijzondere omstandigheden zouden voortkomen. Het bezwaar van appellant werd door het college kennelijk ongegrond verklaard, met als motief dat de noodzaak van de verhuizing niet was onderbouwd met objectief verifieerbare gegevens.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en passeerde het gebrek aan hoorzitting met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb, zonder het college te veroordelen in de proceskosten. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling had uitgesproken, omdat het college de motivering van het besluit wijzigde zonder appellant te horen, waardoor zijn hoorplicht werd geschonden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank onjuist heeft gehandeld door het college niet te veroordelen in de proceskosten. De Raad vernietigt het vonnis voor zover het geen proceskostenveroordeling bevat en veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten in zowel eerste aanleg als hoger beroep, inclusief het griffierecht. Hiermee wordt het belang van de hoorplicht en correcte proceskostenveroordeling bij schending daarvan bevestigd.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht wegens schending van de hoorplicht.