ECLI:NL:CRVB:2019:90
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beëindiging ziekengeld op grond van Ziektewet
Appellant, laatstelijk werkzaam als asfaltwerker, meldde zich ziek met psychische en huidklachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het Uwv stelde bij besluit vast dat appellant meer dan 65% van zijn loon kon verdienen en beëindigde het ziekengeld. Dit besluit werd door appellant aangevochten. Het Uwv nam vervolgens een gewijzigd besluit waarbij het recht op ziekengeld werd verlengd tot 6 februari 2016.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het eerste besluit onrechtmatig is en vernietigt dit. Het tweede besluit wordt mede beoordeeld en gegrond verklaard. De Raad stelt vast dat de beperkingen van appellant, mede op basis van een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), juist zijn vastgesteld en dat de geselecteerde functies passend zijn.
De Raad concludeert dat appellant vanaf 6 februari 2016 geen recht meer heeft op ziekengeld. Ondanks dat het tweede besluit niet volledig deugdelijk is gemotiveerd, wordt dit gebrek gepasseerd omdat geen benadeling is vastgesteld. Het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het eerste bestreden besluit wordt vernietigd en het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard.