Uitspraak
18.2342 AW
mr. E. Smit.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds 1986 werkzaam bij de gemeente en werd in 2007 ontslagen vanwege plichtsverzuim en ongeschiktheid. Hij verzocht in 2016 het college om terug te komen op het ontslagbesluit, verwijzend naar een vrijspraak in een strafzaak uit 2015 en betwistingen van het ISP-rapport waarop het ontslag was gebaseerd.
Het college wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een heroverweging rechtvaardigden. De rechtbank bevestigde dit besluit en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de strafrechterlijke vrijspraak een nieuw feit vormde, maar de Raad oordeelde dat deze vrijspraak niet beslissend is voor het ontslag en dat het vonnis niet was overgelegd.
Verder werden de bezwaren tegen het ISP-rapport en een e-mail van een ex-echtgenote niet als nieuwe feiten erkend. De Raad concludeerde dat het ontslagbesluit niet evident onredelijk was en wees het hoger beroep af. Het verzoek om getuigen te horen werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot terugkomen van het ontslagbesluit wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.