ECLI:NL:CRVB:2019:922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstandsuitkering wegens niet-melden inkomsten en stortingen
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en heeft in de periode van juni 2014 tot juli 2015 contante bedragen op haar bankrekening gestort en in augustus 2015 enkele uren gewerkt zonder dit te melden aan het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven. Het college herzag de bijstand en vorderde een bedrag van €8.944,67 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij door emotionele en gezondheidsproblemen niet kon melden, dat het college haar niet in haar eigen taal had geïnformeerd, en dat de stortingen leningen waren. Deze gronden werden niet geaccepteerd omdat de inlichtingenverplichting objectief is en het college niet verplicht is in andere talen te informeren. Leningen worden volgens vaste rechtspraak niet als middelen voor bijstand beschouwd.
De Raad oordeelde dat appellante de inlichtingenverplichting heeft geschonden en dat het college op grond van de Participatiewet verplicht was tot herziening en terugvordering. Er was geen ruimte voor belangenafweging of het toepassen van zeer dringende redenen. De slechte gezondheidstoestand van appellante was niet aannemelijk gerelateerd aan het besluit. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering wegens het niet melden van inkomsten en stortingen.