ECLI:NL:CRVB:2019:932
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld na eerstejaars Ziektewetbeoordeling wegens verdiencapaciteit boven 65%
Appellant, voormalig onderwijsassistent, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een Werkloosheidswetuitkering. Na een eerstejaars Ziektewetbeoordeling oordeelde het UWV dat appellant met beperkingen nog 81,55% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen onderschat waren en dat een urenbeperking had moeten worden aangenomen, maar bracht geen nieuwe medische gegevens in.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV, bevestigde dat de functies geschikt waren en dat appellant meer dan 65% van zijn loon kan verdienen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld bevestigd.