ECLI:NL:CRVB:2019:984
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende controleerbare verblijfplaatsgegevens dakloze
Appellant vroeg bijstand aan als dakloze en gaf wisselende verblijfplaatsen op, waaronder een niet-bestaand adres en verblijf bij familieleden. Hij meldde later per e-mail dat hij op straat verbleef en soms in een auto sliep. De gemeente Amsterdam voerde een onderzoek uit en concludeerde dat de verblijfplaats niet kon worden vastgesteld.
Het college wees de aanvraag af wegens het niet verstrekken van juiste en volledige informatie over de verblijfplaats, wat een schending van de inlichtingenverplichting opleverde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij tijdig had geïnformeerd en dat het college nadere informatie had moeten opvragen.
De Raad oordeelde dat controleerbare gegevens essentieel zijn voor het vaststellen van het recht op bijstand, ook van daklozen. Appellant had onjuiste en onvoldoende concrete informatie verstrekt, waardoor het college terecht de aanvraag afwees. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens geweigerd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende controleerbare verblijfplaatsgegevens.