ECLI:NL:CRVB:2019:986
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke financiële situatie
Appellante diende een aanvraag om bijstand in, eerst als alleenstaande en later als gehuwde, waarbij het college voorschotten verstrekte. Het college stelde echter vast dat appellante en haar partner onvoldoende informatie verstrekten over hun financiële situatie, waaronder ontbrekende bankafschriften, belastingaangiften en aan- en verkoopnota’s van voertuigen. Ondanks verzoeken en hoorzittingen werden deze gegevens niet volledig aangeleverd.
Het college wees de aanvraag af en vorderde de verstrekte voorschotten terug, omdat niet kon worden vastgesteld dat appellante en haar partner in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad benadrukte dat de bewijslast van bijstandbehoevendheid bij de aanvrager ligt en dat het niet voldoen aan de inlichtingenplicht een gegronde reden is voor afwijzing. Ook het beroep op de lange behandelduur slaagde niet, omdat appellante en haar partner zelf onduidelijkheid hadden gecreëerd over hun financiële situatie. De terugvordering van voorschotten was daarom terecht.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen en de verstrekte voorschotten worden teruggevorderd wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie.