ECLI:NL:CRVB:2019:995
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet verschijnen op re-integratietraject
Appellant ontvangt sinds 2013 bijstand en werd door het college van burgemeester en wethouders van Boxtel verplicht deel te nemen aan een re-integratietraject, het [traject], omdat hij volgens een UWV-verzekeringsarts in staat werd geacht om regulier werk te verrichten met rekening houdend met zijn rug- en nekklachten.
Appellant verscheen zonder bericht van verhindering niet op het intakegesprek van het traject, waarop het college zijn bijstand met 100% verlaagde als maatregel. De rechtbank oordeelde dat appellant terecht was aangemeld voor het traject en dat zijn medische bezwaren onvoldoende waren onderbouwd met specifieke medische informatie.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wegens medische redenen niet kon deelnemen en dat het college zijn klachten onvoldoende had onderzocht. Ook stelde hij onheus te zijn bejegend. De Raad volgde deze gronden niet, bevestigde de gemotiveerde uitspraak van de rechtbank en verwierp het beroep van appellant.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee de verlaging van de bijstand wegens het niet meewerken aan het re-integratietraject en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de bijstand wegens het niet verschijnen op het re-integratietraject.