ECLI:NL:CRVB:2020:1018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ANW-uitkering wegens ontbreken bijzonder geval en geen onjuiste voorlichting
Appellante, voormalig echtgenote van betrokkene die in Marokko was hertrouwd en overleden, vroeg een ANW-uitkering aan. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat appellante geen aanspraak meer kon maken na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd en er geen sprake was van een bijzonder geval.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de Svb niet tekort was geschoten in haar zorgplicht. Appellante stelde in hoger beroep dat de late aanvraag het gevolg was van onjuiste voorlichting door de Svb en dat op grond van een internationaal verdrag een zorgplicht bestond om meerdere echtgenotes te onderzoeken.
De Raad oordeelde dat er geen rechtsplicht voor de Svb bestaat om een ANW-aanvraag te bevorderen en dat er geen onjuiste of onvolledige voorlichting had plaatsgevonden. Ook rustte er geen rechtsplicht op grond van het verdrag om meerdere echtgenotes te onderzoeken. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de ANW-uitkering aan appellante wegens het ontbreken van een bijzonder geval en geen onjuiste voorlichting door de Svb.