Uitspraak
18/922 PW
5 januari 2018, 16/3220 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt sinds 2006 bijstand op grond van de Participatiewet en sinds 1980 een diensttijdpensioen. In 2016 heeft het ABP een toeslag op zijn pensioen toegekend en nabetaling gedaan. Het college heeft deze toeslag als inkomen aangemerkt en de bijstand teruggevorderd. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd, stellende dat de toeslag als middel in de zin van artikel 31 PW Pro moet worden beschouwd en niet valt onder de uitzonderingen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de toeslag niet op de bijstand mag worden gekort omdat hij valt onder de Kaderwet militaire pensioenen en de toeslag een minimumgarantie betreft die niet tot verrekenbare inkomsten behoort. De Raad overwoog dat de toeslag een algemene aanvulling is zonder verband met invaliditeitsverhoging en geen schadevergoeding betreft zoals bedoeld in de uitzonderingsbepalingen van artikel 31 PW Pro.
De Raad bevestigt dat de toeslag als middel moet worden beschouwd en dat de bijstand complementair is aan eigen middelen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De toeslag op het pensioen wordt als middel aangemerkt en mag in mindering worden gebracht op de bijstand; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.