ECLI:NL:CRVB:2020:1037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Indicatie banenafspraak wegens voldoende arbeidsvermogen
Appellant heeft op 15 oktober 2015 een Indicatie banenafspraak aangevraagd bij het UWV. Na medisch en arbeidsdeskundig onderzoek concludeerde het UWV dat appellant, ondanks een stemmingsstoornis, hypertensie en verminderd spieruithoudingsvermogen, in staat is een drempelfunctie uit te oefenen waarmee het wettelijk minimumloon kan worden verdiend. Het bezwaar van appellant tegen de afwijzing werd ongegrond verklaard.
De rechtbank Midden-Nederland oordeelde dat het onderzoek van het UWV zorgvuldig was en dat er geen reden was om te twijfelen aan de conclusie dat appellant de drempelfunctie kan vervullen. De door appellant overgelegde verklaringen van een psycholoog werden minder zwaar gewogen omdat deze geen arts is en pas na de datum in geschil heeft onderzocht.
In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn medische klachten, waaronder recentelijk vastgestelde kanker, en dat het UWV onvoldoende informatie had opgevraagd bij zijn behandelaars. Tevens stelde appellant dat de beoordeling volgens de systematiek van de Wet WIA had moeten plaatsvinden.
De Centrale Raad van Beroep verwierp deze argumenten. De Raad bevestigde dat het UWV de beoordeling op juiste wijze heeft uitgevoerd volgens de methode SMBA en dat er geen aanwijzingen waren dat appellant op de datum in geschil niet in staat was de drempelfunctie productiemedewerker B te verrichten. De medische informatie over kanker was niet relevant voor de datum in geschil. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant in staat is een drempelfunctie uit te oefenen en wijst de aanvraag Indicatie banenafspraak af.