ECLI:NL:CRVB:2020:1042
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek door UWV
Appellant, laatstelijk werkzaam als productiemedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan vanwege arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering toe te kennen. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank Midden-Nederland.
Appellant stelde in hoger beroep dat het medisch standpunt onjuist was en dat hij verdergaand beperkt was. Hij voerde aan dat het rapport van de Landelijke Expertisebalie onvoldoende werd meegewogen en verzocht om schadevergoeding. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV een zorgvuldig en gemotiveerd onderzoek had verricht, waarbij ook de beperkingen door slaapapneu waren meegenomen.
De Raad zag geen reden om het medisch oordeel te betwijfelen of een deskundige in te schakelen. Ook de arbeidskundige beoordeling en de vaststelling van het maatmaninkomen werden als voldoende gemotiveerd beoordeeld. Het verzoek om een nieuwe zitting werd afgewezen omdat dit te laat was ingediend. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.