ECLI:NL:CRVB:2020:1059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijstand aan alleenstaande ouder na onterechte afwijzing aanvraag
Appellante ontving vanaf augustus 2016 bijstand als alleenstaande ouder, maar deze werd ingetrokken omdat haar hoofdverblijf niet zou zijn vastgesteld op het opgegeven adres. Na een nieuwe aanvraag in januari 2018 weigerde het bestuur bijstand vanwege onvoldoende informatie over haar woon-, leef- en financiële situatie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellante wel voldoende informatie heeft verstrekt. De woon- en leefsituatie was veranderd, maar het bestuur had onvoldoende onderzoek gedaan en onduidelijkheden niet opgehelderd. Ook de financiële situatie was voldoende uiteengezet, ondanks enkele tegenstrijdigheden.
Gezien het tijdsverloop is nader onderzoek niet mogelijk, maar op basis van de beschikbare gegevens is aannemelijk dat appellante hoofdverblijf had in haar eigen woning en bijstandbehoevend was. De Raad vernietigt het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalt dat appellante recht heeft op bijstand vanaf 9 januari 2018. Tevens wordt het bestuur veroordeeld in de kosten van appellante.
Uitkomst: Appellante krijgt bijstand toegekend vanaf 9 januari 2018 en het bestuursbesluit wordt vernietigd.