ECLI:NL:CRVB:2020:1095
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake ondersteuning in natura met tolk
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland over de verstrekking van maatwerkvoorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. De rechtbank had het bestreden besluit van het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn herroepen en bepaald dat de maatwerkvoorzieningen deels in de vorm van een persoonsgebonden budget en deels in natura worden verstrekt.
Verzoekster wenst geen ondersteuning in natura, omdat zij alleen Pools spreekt en liever met een persoonsgebonden budget zelf een Pools sprekende zorgverlener wil inschakelen. Het college heeft echter een aanbieder gevonden die de ondersteuning in natura kan bieden, zo nodig met een Pools sprekende tolk.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen zodanig spoedeisend belang is dat de uitspraak in de bodemprocedure niet kan worden afgewacht. De aangeboden oplossing met een tolk is voldoende en er zijn geen dringende redenen om hiervan af te wijken. Ook is het niet bedoeld om via een voorlopige voorziening de hoofdzaak te bespoedigen. Daarom wordt het verzoek afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep, H.J. de Mooij, op 13 mei 2020.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.