ECLI:NL:CRVB:2020:1125
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak. Volgens artikel 8:41 Awb Pro is griffierecht verschuldigd bij het indienen van een beroepschrift, en deze verplichting geldt overeenkomstig ook voor het verzoek om herziening op grond van artikel 8:119 Awb Pro.
Verzoeker is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht en de uiterste betalingstermijnen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijnen voldaan. Een verzoek om vrijstelling van het griffierecht werd bovendien te laat ingediend.
De Raad oordeelt dat verzoeker in verzuim is en verklaart het verzoek om herziening daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade en is openbaar uitgesproken op 22 mei 2020.
Uitkomst: Het verzoek om herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.