ECLI:NL:CRVB:2020:1173
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens niet-duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen
Appellant, geboren in 1996, vroeg een Wajong-uitkering aan wegens oog- en psychische klachten. Het UWV wees de aanvraag af omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was. De rechtbank bevestigde dit oordeel, stellende dat ondanks visus- en verstandelijke beperkingen, behandeling van psychische klachten mogelijk is en verbetering kan optreden.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen duurzaam zijn en dat behandeling geen effect zal hebben. De Raad beoordeelde het beoordelingskader van het UWV en concludeerde dat de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige aannemelijk hebben gemaakt dat verbetering mogelijk is, mede door behandeling in een gespecialiseerde VG-GGZ-instelling.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde om het tegendeel te bewijzen. De aanvraag is daarom terecht afgewezen en het verzoek om schadevergoeding en proceskosten werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag voor een Wajong-uitkering is terecht afgewezen omdat het ontbreken van arbeidsvermogen bij appellant niet duurzaam is.