ECLI:NL:CRVB:2020:1252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet melden hennepplantage
Appellante ontvangt sinds 2012 bijstand en stond ingeschreven op een adres waar in mei 2017 een hennepplantage met 436 planten werd aangetroffen. Het college trok de bijstand in over de periode 6 april tot 17 mei 2017 wegens het niet melden van deze kwekerij, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep handhaaft de Centrale Raad van Beroep deze beslissing. Appellante slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij de kwekerij niet exploiteerde of geen inkomsten ontving. Volgens vaste rechtspraak moet het bestuursorgaan onverwijld worden geïnformeerd over omstandigheden die het recht op bijstand beïnvloeden, ongeacht of daaruit inkomsten voortvloeien.
Het college droeg de bewijslast omtrent de intrekking, maar appellante kon niet aantonen dat zij recht had op bijstand indien zij wel aan haar inlichtingenverplichting had voldaan. Ook haar argumenten over kostenvergoeding en motivering van het besluit werden verworpen. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees proceskosten af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting door het niet melden van een hennepplantage.