ECLI:NL:CRVB:2020:1265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende bewijs bijstandbehoevendheid
Appellant en zijn partner dienden op 10 april 2017 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen vroeg nadere gegevens over hun financiële situatie sinds 1 april 2015, waaronder schriftelijke verklaringen en voorlopige aanslagen van de Belastingdienst. Appellant en zijn partner leverden een verklaring in, maar konden onvoldoende aantonen hoe zij in hun levensonderhoud voorzagen.
Het college wees de aanvraag bij besluit van 15 juni 2017 af vanwege onvoldoende duidelijkheid over de financiële situatie. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij voldoende informatie had verstrekt, maar de Raad oordeelde dat de overgelegde loonstrookjes en bankafschriften onvoldoende en niet representatief waren voor de relevante periode. Ook ontbraken de voorlopige aanslagen 2016 en 2017.
De Raad wees het argument af dat appellant te weinig tijd had gekregen om de ontbrekende stukken te overleggen, omdat hij in bezwaar, beroep en hoger beroep voldoende gelegenheid had gehad. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd vanwege onvoldoende bewijs van bijstandbehoevendheid.