ECLI:NL:CRVB:2020:1274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant had beroep en hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
De Centrale Raad van Beroep heeft op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 8:108 Awb Pro besloten het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep.
De proceskosten zijn begroot conform het Besluit proceskosten bestuursrecht op een totaalbedrag van € 2.676,76, inclusief reiskosten voor openbaar vervoer. Vergoeding van het betaalde griffierecht dient appellant rechtstreeks bij het UWV te vorderen.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 juni 2020, waarbij het onderzoek ter zitting is achterwege gebleven vanwege de intrekking van het hoger beroep.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant ten bedrage van € 2.676,76.