Uitspraak
16.1503 ZW-T
OVERWEGINGEN
12 juni 2019 te kennen heeft gegeven dat zijn deelname aan deze hardloopgroep is beperkt tot één keer omdat hij tijdens deze hardloopsessie een paniekaanval kreeg.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, laatst werkzaam als systeembeheerder, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering op grond van een verzekeringsartsrapport dat appellant belastbaar achtte met beperkingen volgens een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij het medisch onderzoek van de verzekeringsarts als juist werd beschouwd. In hoger beroep stelde appellant dat zijn psychische beperkingen werden onderschat, mede vanwege tegenstrijdige medische rapporten van behandelaars.
De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater als deskundige, die concludeerde dat appellant op de peildatum ernstiger beperkingen had dan eerder aangenomen, waaronder beperkingen in doelmatig handelen en het hanteren van emotionele problemen van anderen. De Raad volgde deze deskundige en oordeelde dat het bestreden besluit niet op een deugdelijke medische grondslag berustte.
De Raad gaf het UWV opdracht om de FML aan te passen en te onderzoeken of een arbeidskundig onderzoek aanleiding geeft tot een nieuwe beslissing op bezwaar. Deze tussenuitspraak werd op 24 juli 2019 uitgesproken door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het UWV moet het besluit herzien door de FML aan te passen en een nieuwe beslissing op bezwaar te overwegen.