ECLI:NL:CRVB:2020:1286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens ontbreken relevant loon in refertejaar
Appellant, woonachtig in Duitsland en met een arbeidsverleden in Nederland, vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde de eerste arbeidsongeschiktheidsdag vast op 4 maart 2016 en weigerde uitbetaling omdat appellant in het refertejaar geen loon had ontvangen dat meetelt voor de uitkeringsberekening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Appellant voerde aan dat hij 15 jaar in Nederland had gewerkt en dat hij werd gediscrimineerd vanwege zijn Duitse nationaliteit, maar dit werd verworpen.
De Raad oordeelde dat het UWV voldoende had gemotiveerd waarom 4 maart 2016 als eerste arbeidsongeschiktheidsdag geldt. Er was geen eerdere datum aantoonbaar. Het Nederlandse WIA-stelsel baseert de uitkering op het loon in het refertejaar, en dit uitgangspunt is verenigbaar met EU-recht. Nationaliteit of woonplaats speelt geen rol bij de berekening.
De Raad concludeert dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering en bevestigt de eerdere uitspraak. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.