ECLI:NL:CRVB:2020:1314
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldige beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatst werkzaam als verkoopster, ontving een WIA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna de uitkering werd beëindigd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het onderzoek door het UWV zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies medisch passend waren.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar medische situatie, waaronder fibromyalgie en psychische klachten, onvoldoende was meegewogen en dat de geselecteerde functies niet passend waren vanwege repetitieve bewegingen. Zij verzocht om benoeming van een deskundige.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld, appellante voldoende gelegenheid had gehad haar standpunt te onderbouwen en dat er geen aanleiding was om de medische beoordeling of de geschiktheid van de functies te betwijfelen. Het verzoek tot deskundigenonderzoek werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.