ECLI:NL:CRVB:2020:1326
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor financiële dienstverlening bij beschermingsbewind
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten van financiële dienstverlening, welke is afgewezen omdat beschermingsbewind door de Gemeentelijke Kredietbank (GKB) als een passende en toereikende voorliggende voorziening geldt. De rechtbank had dit besluit eerder bevestigd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de voorliggende voorziening niet toereikend is vanwege fouten uit het verleden door de GKB en het ontbreken van een vertrouwensband. De Raad oordeelde dat appellant dit niet aannemelijk heeft gemaakt met objectieve gegevens en dat het hem vrijstaat een andere hulpverlener te kiezen, ook al worden die kosten niet vergoed.
Verder stelde appellant dat op grond van zeer dringende redenen toch bijzondere bijstand zou moeten worden verleend, maar ook dit verweer werd verworpen omdat het niet voldeed aan de criteria van artikel 16 PW Pro.
De Raad concludeert dat de afwijzing van de bijzondere bijstand terecht is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor financiële dienstverlening wordt bevestigd omdat beschermingsbewind door de Gemeentelijke Kredietbank een passende en toereikende voorziening is.