Uitspraak
19.4645 PW
30 oktober 2019, 19/2352 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor tandheelkundige zorgkosten, welke door het college van burgemeester en wethouders van Arnhem is afgewezen omdat de zorgverzekering als voorliggende voorziening geldt en er geen zeer dringende redenen zijn om hiervan af te wijken.
De rechtbank Gelderland heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard en vastgesteld dat de Participatiewet geen bijstand biedt als een toereikende en passende voorliggende voorziening bestaat, zoals de Zorgverzekeringswet. Appellant voerde aan dat hij zich niet aanvullend kan verzekeren en dat er een dreigende noodsituatie is wegens uitblijvende noodzakelijke tandheelkundige zorg.
De Centrale Raad van Beroep volgt de rechtbank en oordeelt dat de Zvw in principe een passende voorziening is, ook als de kosten niet daadwerkelijk worden vergoed. Het ontbreken van een aanvullende verzekering door financiële omstandigheden verandert hier niets aan. Daarnaast is onvoldoende medisch bewijs geleverd dat er sprake is van een acute noodsituatie die zeer dringende bijstand rechtvaardigt.
De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor tandheelkundige zorg wordt bevestigd.