Uitspraak
19.3244 MAW
12 juni 2019, 17/7322 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant werd op 30 november 2009 bij de Koninklijke Landmacht aangesteld en ingedeeld in salarisnummer 1, terwijl op grond van het beleid salarisnummer 4 had moeten worden toegekend. Hij verzocht in 2016 om heroverweging van deze indeling met terugwerkende kracht. De commandant besloot aanvankelijk afwijzend, maar herzag dit besluit deels door te erkennen dat appellant onjuist was ingedeeld. Echter, de nabetaling werd beperkt tot de periode vanaf 6 december 2011 vanwege verjaring.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de verjaringstermijn van vijf jaar pas aanving toen appellant redelijkerwijs kon weten van de onjuiste indeling, wat pas in 2016 het geval was. Daardoor is de aanspraak over de periode 30 november 2009 tot 6 december 2011 niet verjaard.
De Raad oordeelde dat appellant recht heeft op nabetaling van het salaris over deze periode en kende tevens schadevergoeding toe voor de wettelijke rente. Daarnaast werd de commandant veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Appellant krijgt nabetaling van salaris en schadevergoeding toegekend over de periode 30 november 2009 tot 6 december 2011 wegens onjuiste salarisindeling.