ECLI:NL:CRVB:2020:1392
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellant, werkzaam als monteur analytische systemen, meldde zich ziek na een verkeersongeval en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Zowel het bezwaar bij het UWV als het beroep bij de rechtbank werden ongegrond verklaard.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen niet juist waren vastgesteld en overhandigde een rapport van een door hem ingeschakelde neuroloog. De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige neuroloog, die concludeerde dat de beperkingen zoals vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 20 januari 2016 adequaat waren en dat er geen neurologische beperkingen waren die een andere beoordeling rechtvaardigden.
De Raad volgde het deskundigenrapport en bevestigde het bestreden besluit van het UWV. Daarnaast oordeelde de Raad dat de totale duur van de procedure de redelijke termijn had overschreden met bijna vier maanden, waardoor appellant recht had op een schadevergoeding van € 500,-. De Staat werd veroordeeld tot betaling van deze vergoeding en de proceskosten van € 262,50. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en kent een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.