ECLI:NL:CRVB:2020:1431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemeld buitenlands onroerend goed zonder discriminatie
Appellant ontving sinds 2009 bijstand en werd onderzocht in het kader van een themacontrole naar bezit van onroerend goed in Turkije. Uit onderzoek bleek dat appellant een bedrijfsgebouw bezat dat niet was gemeld, wat leidde tot intrekking van bijstand en terugvordering van kosten.
Appellant voerde aan dat het onderzoek onrechtmatig was verkregen en in strijd met het discriminatieverbod, omdat alleen bijstandsgerechtigden met Turkse nationaliteit werden onderzocht. De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin werd geoordeeld dat het toepassen van risicoprofielen aanvaardbaar is en dat het onderscheid tussen bijstandsgerechtigden met verschillende geboortelanden objectief gerechtvaardigd kan zijn.
De Raad concludeerde dat het college geen ongerechtvaardigd onderscheid maakte en dat het onderzoek naar vermogen in Nederland van uit Nederland afkomstige bijstandsgerechtigden met andere criteria gerechtvaardigd was. Ook werd erkend dat reguliere controles buiten de themacontrole aanleiding kunnen geven tot onderzoek naar buitenlands vermogen van in Nederland geboren bijstandsgerechtigden.
De hoger beroepen van appellant werden ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemeld bezit van onroerend goed en oordeelt dat het onderzoek niet in strijd is met het discriminatieverbod.