ECLI:NL:CRVB:2020:1483
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht voor IVA-uitkering vanaf 1 januari 2015 wegens ontbreken bijzonder geval
Appellant, die sinds 2009 arbeidsongeschikt is, verzocht om een IVA-uitkering met terugwerkende kracht tot 1 januari 2015. De Raad oordeelde dat de eerdere aanvraag in 2013 betrekking had op de situatie toen en niet op de latere gezondheidstoestand.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een langere terugwerkende kracht rechtvaardigen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat geen nieuwe aanvraag nodig was en dat er sprake was van een bijzonder geval, maar dit werd door de Raad verworpen.
De Raad benadrukte dat het begrip 'bijzonder geval' restrictief wordt uitgelegd en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij door medische redenen niet eerder kon aanvragen. De aanvraag van 2017 is daarmee geldig, maar terugwerkende kracht kan slechts tot 52 weken voor die datum worden toegekend. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De IVA-uitkering wordt niet met terugwerkende kracht tot 1 januari 2015 toegekend vanwege het ontbreken van een bijzonder geval.