ECLI:NL:CRVB:2020:1487
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellant, voorheen werkzaam als support medewerker, kreeg een Ziektewetuitkering toegekend na ziekmelding wegens werkdrukgerelateerde klachten. Na een eerstejaars ZW-beoordeling concludeerde een verzekeringsarts dat appellant belastbaar was met beperkingen vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Een arbeidsdeskundige stelde vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen met andere functies, waarop het UWV de uitkering beëindigde.
Appellant voerde bezwaar en beroep aan tegen deze beslissing, stellende dat zijn psychische klachten en autisme onvoldoende waren meegewogen. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsartsen de medische informatie, inclusief brieven van behandelaars, adequaat hadden betrokken. Nieuwe medische informatie in hoger beroep bood geen aanleiding tot aanpassing van het oordeel.
De arbeidsdeskundige had bovendien gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren voor appellant, rekening houdend met zijn beperkingen. De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond was en bevestigde de eerdere uitspraak, waarmee de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 10 april 2018 rechtsgeldig bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 10 april 2018 na zorgvuldige medische beoordeling.