Uitspraak
17.4253 WIA
mr. I.M. Veringmeier.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, voormalig pedagogisch medewerker, meldde zich ziek vanwege knie- en psychische klachten en ontving diverse uitkeringen waaronder WGA. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek en functionele mogelijkheden vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde haar WGA-uitkering per 4 juli 2016.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de medische rapporten en functionele mogelijkhedenlijst (FML) correct waren vastgesteld en er geen medische gegevens waren die tot een andere beoordeling leidden. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij nog volledig arbeidsongeschikt was door een psychiatrische stoornis en dat de beoordeling onjuist was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, de FML van 22 maart 2017 correct was vastgesteld en dat de beperkingen voldoende waren gemotiveerd. De Raad volgde het oordeel dat appellante benutbare mogelijkheden had en dat er geen reden was voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de WGA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.