ECLI:NL:CRVB:2020:1530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken toename beperkingen per 1 november 2015
Appellante was administratief medewerkster en meldde zich in 2009 ziek wegens rugklachten. Na diverse toekenningen en beëindigingen van WIA-uitkeringen stelde het UWV per 20 augustus 2015 de uitkering stop vanwege minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Appellante meldde een verslechtering per 1 november 2015, maar het UWV weigerde een nieuwe uitkering toe te kennen na medisch onderzoek en arbeidsdeskundige beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen toename van beperkingen was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar rugklachten en beperkingen waren toegenomen, onderbouwd met medische rapporten en MRI-onderzoek.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het recht op WIA-uitkering alleen herleeft bij een toename van de medische beperkingen die aan de eerdere uitkering ten grondslag lagen. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de medische stukken geen toename van beperkingen aantonen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens het ontbreken van een toename van beperkingen per 1 november 2015.