ECLI:NL:CRVB:2020:1563
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellant was werkzaam als algemeen medewerker en ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV beëindigde de uitkering omdat appellant volgens medisch en arbeidskundig onderzoek meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen in geselecteerde functies.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de belastbaarheid in de geselecteerde functies niet werd overschreden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende waarde was toegekend aan verklaringen van zijn behandelend psycholoog en psychiater en dat de functies niet passend waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, waarbij de verzekeringsarts bezwaar en beroep de bevindingen van het UWV heroverwoog en overtuigend motiveerde dat sprake was van vermindering van klachten. De geselecteerde functies waren passend en de belastbaarheid werd niet overschreden. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ZW-uitkering van appellant terecht is beëindigd per 29 oktober 2016.