ECLI:NL:CRVB:2020:1564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant heeft na ziekmelding met psychische klachten een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigerde de uitkering toe te kennen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat het beginsel van equality of arms werd geschonden doordat de medische beoordelingen door UWV-artsen werden uitgevoerd, en verzocht om een contra-expertise.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij alle relevante informatie was betrokken, en dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om zijn standpunt te onderbouwen. Er was geen sprake van schending van het equality of arms-beginsel, ook niet vanwege het ontbreken van een onafhankelijk medisch rapport, mede omdat appellant geen nieuwe medische gegevens had ingebracht.
De Raad concludeerde dat de medische beoordeling juist was en dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheidspercentage was gebaseerd medisch geschikt waren voor appellant. Er was geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te benoemen. Het hoger beroep werd afgewezen en de geweigerde WIA-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.