ECLI:NL:CRVB:2020:1578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening Wajong-uitkering met terugwerkende kracht en terugvordering onverschuldigde betalingen
Betrokkene ontving een Wajong-uitkering voor studerenden vanaf 2 november 2014. Na het stoppen met studie werd de uitkering verhoogd naar 75% van het minimumloon. Bij aanvang van een nieuwe MBO-opleiding per 1 november 2015 werd dit niet door het UWV verwerkt, waardoor betrokkene onterecht een hogere uitkering ontving naast studiefinanciering.
Het UWV herzag de uitkering met terugwerkende kracht per 1 november 2015 en vorderde onverschuldigde betalingen terug. De rechtbank oordeelde dat het UWV de herziening niet zorgvuldig had gemotiveerd en verklaarde het beroep van betrokkene gegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht heeft gehandeld volgens het geldende beleid, waarbij het voor betrokkene redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat de studiestart leidde tot een lagere uitkering. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van het UWV ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank vernietigd, waarbij de herziening van de Wajong-uitkering met terugwerkende kracht en terugvordering wordt bevestigd.