ECLI:NL:CRVB:2010:BN1802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WIA-uitkering ondanks fouten UWV en geen dringende redenen
Appellante maakte bezwaar tegen de terugvordering van een bedrag van €14.837,01 door het UWV, omdat zij meende dat er sprake was van onaanvaardbare gevolgen en fouten van het UWV. Het UWV erkende fouten en corrigeerde het terug te vorderen bedrag tot netto €10.239,93, waarbij loonbelasting en premies voor eigen rekening werden genomen.
De rechtbank Dordrecht oordeelde dat geen dringende redenen aanwezig waren om van terugvordering af te zien, mede omdat het dwingendrechtelijke karakter van artikel 77 Wet Pro WIA dit niet toestaat. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. Volgens vaste jurisprudentie is alleen bij een ondubbelzinnige schriftelijke mededeling van het uitvoeringsorgaan, zonder onjuiste of onvolledige inlichtingen van de betrokkene, sprake van dringende redenen op grond van het rechtszekerheidsbeginsel.
In deze zaak was daarvan geen sprake. De gemaakte fouten door het UWV vormden de oorzaak van de terugvordering en niet een reden om daarvan af te zien. De Raad concludeerde dat de terugvordering terecht is en wees het hoger beroep af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De terugvordering van de WIA-uitkering door het UWV wordt bevestigd omdat geen dringende redenen aanwezig zijn om hiervan af te zien.