ECLI:NL:CRVB:2020:1617
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beëindiging WIA-uitkering wegens herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig adviseur particulieren bij de Rabobank, viel uit wegens gewrichtsklachten en vermoeidheid en ontving een loongerelateerde WGA-uitkering. Na een herbeoordeling door het UWV werd haar arbeidsongeschiktheidspercentage verlaagd naar 32,01%, waarop de WIA-uitkering werd beëindigd. Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij meer arbeidsongeschikt was dan vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten en beperkingen werden onderschat, onder meer op basis van een medisch advies van een door haar ingeschakelde verzekeringsarts.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en volgt het oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was. Er zijn geen nieuwe medische gegevens die aanleiding geven tot twijfel aan de juistheid van de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst van 23 januari 2017. Het UWV heeft bovendien voldoende gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellante. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de beëindiging van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens een juiste vaststelling van minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.